Ik ken Ine al bijna vijfentwintig jaar, sinds we elkaar tegenkwamen in het jeugdwerk. Wat me toen al opviel: haar groot hart voor jongeren, haar aanstekelijke drang om de wereld uit te leggen, en vooral dat maatschappelijk engagement dat als een rode draad door alles loopt. Nu zitten we hier dankzij “een gek idee van Saskia”: gewoon nog een boekvoorstelling organiseren, waarom niet in Leuven? En zo geschiedde.
Het gesprek dat volgt ademt wat het boek uitstraalt: nieuwsgierigheid, betrokkenheid, en een diep verlangen naar uitleg en nuance. Want zoals Ine zelf zegt: “Kennis is kracht.” Maar ook: verbeeldingskracht is minstens zo belangrijk. Hier volgt een inkijk in een wereld van justitie, jongeren, fouten, hoop en vooral: niet opgeven.
Kennis als kompas
Ine pleit voor kennis. Niet als abstract ideaal, maar als concrete hefboom. “Hoe meer kennis je hebt over hetgeen je overkomt, hoe krachtiger dat je ook in heel dat proces staat.” Wat haar frustreert? Dat we te weinig gebruik maken van wat we eigenlijk al weten.
“Wat we te vaak vergeten, is dat onze academische wereld toch wel heel wat inzichten heeft in hoe het zo ver gekomen is met bepaalde jongeren, of wat beschermingsfactoren zijn, wat risicofactoren zijn.”
Die kennis moet doorstromen, landen in de praktijk. Geen ivoren toren-verhalen, wel concrete handvatten.
Die ene volwassene die blijft geloven
En dan spreekt Ine over veerkracht. Of beter: over wat die veerkracht kapotmaakt. “Ik denk dat we kinderen en jongeren gewoon nooit het gevoel mogen geven dat we ze opgeven.”
Lijkt logisch, en toch gebeurt het. Te vaak. En wat dan? “Ik denk dat zij hun veerkracht verliezen als ze het gevoel hebben dat ook die laatste volwassene wegvalt die in hen gelooft.”
Die laatste volwassene. Dat kan jij evengoed zijn. En ja, soms is blijven zorgen, dragen en kansen geven ontzettend zwaar. Maar het is ook ontzettend belangrijk. “Want als er één ding is, denk ik, dat we onze jongeren moeten meegeven, dat is dat ze geen verloren generatie zijn.”
“Bij sommige gasten moet je lang en ver en diep zoeken, en toch is het vaak te vinden.”
Dat licht, die veerkracht, die vonk, het is er. Maar je moet wel durven zoeken.
Het moeilijke midden: mildheid én verantwoordelijkheid
Nu wordt het interessant. Want Ine wil geen zachte verhalen vertellen over ‘die arme jongeren’. Ze zoekt het moeilijke midden. Het én-én in plaats van het of-of.
“Niks is zwart-wit. Meer dan ooit, moeten we zeggen dat nuance zijn plek heeft.” In een tijd van snelle oordelen en polarisatie is dat geen zachte boodschap, wel een radicale keuze.
Maar mildheid is geen vrijblijvendheid. “Het is niet omdat we het begrijpen dat we er niks mee moeten doen en dat we dat niet ernstig moeten nemen.” Of nog scherper:
“Voor mij is het feit dat je begrip hebt voor omstandigheden, voor de zogenaamde moeilijke jeugd, geen vrijgeleide om te zeggen dat het dan niet erg is.”
“De kunst zit in combineren, willen we ergens geraken.” Begrip én consequenties. Mildheid én verantwoordelijkheid. Context én grenzen. Dat is de balanceeroefening hier. Lastig, en nodig.
De held en antiheld in elk van ons
“Iedereen heeft zowel een beetje de held en de anti-held in zich, denk ik.” Zodra we mensen reduceren tot één iets, tot één label, één fout, één verhaal, verliezen we de mens uit het oog.
“Draaideurcriminelen,” zegt Ine met een mengeling van vermoeidheid en ironie. Ik vind het wel een heel olijk woord voor wat het betekent: een jong iemand met een complex verhaal, met trauma’s, met gebrek aan kansen, met zaken op zijn of haar kerfstok. Mensen die telkens opnieuw in aanraking komen met het gerecht. Mensen die evengoed dromen, angsten en talenten hebben. En het potentieel om ergens te geraken.
Ine’s zoektocht is die van het licht naast de schaduw. Want iedereen heeft lagen. En als we alleen naar het donker kijken, missen we de mogelijkheid om vooruit te komen.
Eerlijke kansen ipv gelijke kansen
Een scherpe observatie die even moet bezinken:
“Als we blijven zeggen dat iedereen gelijk is, dan beschermen we kinderen met meer risicofactoren te weinig.”
Gelijkheid klinkt mooi. Maar het is niet rechtvaardig. Want niet iedereen start op dezelfde plek, in dezelfde wieg. “Eigenlijk moeten sommige kinderen en jongeren voortgetrokken worden om gelijke kansen te kunnen krijgen.”
Geen uniforme aanpak, wel maatwerk. Geen gelijke behandeling, wel eerlijke kansen. En dat vraagt meer van ons: meer begrip, meer inzet, meer doorzettingsvermogen. Maar ook: meer durven luisteren naar een gevoel van rechtvaardigheid.
Justitie is geen ponykamp
Ik merk aan Ine’s toon dat dit een frustratie is die ze vaker voelt. “Jongeren die in die keten terechtkomen, daar wordt heel veel van gevraagd.” Want laten we eerlijk zijn: de justitiële keten is geen pretje.
“Het traject dat we van die jongeren vragen om af te leggen, dat is absoluut geen chirokamp ofzo.” En dan komt de uitdaging: “Zeggen dat die maatregelen niks inhouden, ocharme zes maanden in de gesloten instelling, is veel te kort door de bocht. We vragen daar enorm veel confrontatie, reflectie en persoonlijke ontwikkeling van die jongeren. Ik zou het veel volwassenen eens willen zien doen.”
Geen ponykamp, inderdaad. En misschien moeten we dat vaker benoemen. Niet om medelijden op te wekken, maar om realistisch te zijn over wat we van jongeren vragen. En om respect te hebben voor wie dat traject aflegt en volhoudt.
Verbeeldingskracht als onderschatte superpower
Ine komt op dreef, en ik merk dat dit haar echt aan het hart gaat. “Ik zou pleiten voor de opwaardering van de verbeeldingskracht.” Want dromen is geen luxe. Het is essentieel.
“Kinderen en jongeren hebben iets nodig om zich aan vast te houden. Een perspectief. Of meerdere perspectieven.” Verbeeldingskracht als anker. Als houvast. Als reddingsboei in moeilijke tijden. Maar wat doen we? “We kunnen zo gemakkelijk met drie zinnen boef, baf, een ambitie kapotmaken.” Ik noteer: stoppen met als pedante volwassene dromen de kop indrukken.
En dan volgt één van mijn favoriete quotes:
“Want we hebben allemaal diploma’s, we hebben kennis, we hebben middelen, maar als je die niet inzet met verbeelding als drive, dan komen we gewoon nergens…”
Verbeeldingskracht als saus. Ik moet glimlachen bij die beeldspraak. Kennis zonder verbeelding is droog, technisch, koud. Als we kennis overgieten met verbeelding, ontstaan mogelijkheden, oplossingen, dromen die werkelijkheid worden.
‘Het zijn net mensen’: een ode aan de stille werkers bij justitie
Aan het einde van het gesprek wordt het even stil als Ine spreekt over haar collega’s. “Ik ben blij dat ik het niet alleen geschreven heb, want het boek is ook een stukje een ode aan al die collega’s die binnen dat justitieel apparaat werken.”
“Justitie wordt te vaak weggezet als een mallemolen of als de blinde vrouwe Justitia.”
Het beeld van justitie is koud, afstandelijk, bureaucratisch. “Terwijl die justitiële wereld ook vol gewone mensen van vlees en bloed zit die elke dag via hun job het goede proberen te doen, terwijl dit zo weinig positief naar buiten komt.”
Netwerk, relativeren & afstand nemen
Na het gesprek breekt de zaal open. Handen gaan de lucht in, verhalen worden gedeeld, vragen gesteld. Het is precies wat Zwijgrecht beoogt: het gesprek op gang brengen.
Iemand vraagt hoe je als professional blijft geloven in jongeren die keer op keer terugvallen. Ine’s antwoord is simpel maar krachtig: door te beseffen dat verandering tijd kost, dat vooruitgang niet lineair is, en dat één stap vooruit en twee terug nog steeds vooruitgang betekent als je de lange termijn in het oog houdt.
En dan is er die vraag die de kern raakt: hoe blijf je zelf overeind in dit werk? Hoe voorkom je dat de zwaarte je opvreet? Ine aarzelt even, lacht dan. “Door niet alleen te zijn. Door collega’s te hebben die snappen wat je doet. Door ook te kunnen relativeren. En door, ja, soms gewoon even afstand te nemen.”
Het is een eerlijk antwoord. Geen heldenverhalen over oneindige veerkracht, wel de erkenning dat dit zwaar werk is. En dat je een netwerk nodig hebt, reflectie, en af en toe een pas op de plaats.
Waarom zou je Zwijgrecht lezen?
Dit boek is bedoeld voor jongeren. Evengoed is het boeiend voor elke volwassene die worstelt met opvoeden, met justitie, of gewoon bezig is met de vraag hoe we best samenleven. Het biedt geen simpele antwoorden, wel aanknopingspunten om het gesprek te voeren. Een aanrader voor wie wil geloven in veerkracht in plaats van in opgeven.
Laat Zwijgrecht rondslingeren. Leg het op de keukentafel. Deel het uit aan wie het nodig heeft.
Boekgegevens:
Van Wymersch, I. (met Fiene Van den Abeele & Els Traets) (2025). Zwijgrecht. Illustraties: Delphine Frantzen. Lannoo.
Meer lezen?
Op zoek naar meer inzichten over systemisch denken, jongeren en maatschappelijke vraagstukken? Kijk ook eens naar de andere Boekenbril-recensies over systemisch werk en leiderschap.



